Het toelaten van ‘het niet weten’
We lopen na het avondeten een rondje over de hei zoals we wel vaker doen. Het is nog warm weer. Twee straten en een voetbalveldje verder, begint het bos. Als je de laatste bomen van dat bos achter je laat, valt het landschap open in een groot, glooiend heideveld met hier en daar een duin.
Michael komt met een verassend idee: ‘Zullen we blindemannetje spelen? Dat jij mij leidt terwijl ik mijn ogen dicht heb?’ Oké…, en ik pak zijn hand terwijl hij zijn ogen dicht doet. Zo wandelen we door het bos. Als hij bijna over een boomstronk struikelt, noemt ie me een ‘griezeltje’ en als er een man met een hond langskomt die ‘hallo’ zegt, doet ie snel zijn ogen open. Daarna mag ik.
Bijzonder om met je ogen dicht door een bos te lopen. Van de ene kant is het enger dan ik dacht, mijn neiging tot vertragen is groot, want mijn hoofd denkt dat ik elk moment een afgrond in kan lopen. Van de andere kant lukt het mij vrij gemakkelijk om me over te geven aan Michael. Ik voel zijn hand heel duidelijk, volg zijn ritme en laat me leiden. Dan mag Michael weer.
En terwijl hij met zijn ogen dicht naast me loopt, zegt hij: ‘Ik ben de laatste tijd veel bezig met het toelaten van het ‘niet weten’ en dat gaat over overgave.’ ‘Nou dat doe je dan goed’, zeg ik, ‘want je geeft je nu over aan mij.’ Prompt laat hij mijn hand los en zegt met gesloten ogen: ‘Nu wil ik het alleen proberen’ en hij zet een paar passen vooruit. ‘Maar dat is toch juist geen overgave’, zeg ik. Zich overgeven aan een ander is niet Michael’s sterkste punt, om het maar eens zacht uit te drukken. Hij begrijpt het en pakt mijn hand weer vast
Dan zegt hij; ‘ Ik heb net een afleidingstruc van mijn verstand ontdekt om angst te bezweren. Ik dacht; misschien val ik wel en breek ik mijn been, maar nou ja, dat is dan maar zo. Ik ga mij dus bij voorbaat al neerleggen bij wat er in de toekomst zou kunnen gebeuren en die klopt niet! Want daarmee negeer ik mijn angst, dek ik hem toe.’
Ik besef dat hij gelijk heeft en ik besef daarmee meteen dat mijn overgave aan Michael toen hij mij blind leidde ook niet klopte. Ook dat was een truc van mijn verstand om angst te dempen. Ik gaf de controle uit handen zodat niet ìk, maar Michael verantwoordelijk werd voor wat er mogelijk zou kunnen gebeuren!
Michael loopt met zijn ogen dicht en zijn hand in de mijne nog steeds naast me. Maar nu focust hij op zijn borstkas waar de angst duidelijk voelbaar aanwezig is.
Ik begeleid hem een heuveltje op en weer af. Hij vindt het een vreemd gevoel: ‘Er zijn hier toch geen bergen?’ Inmiddels zijn we op het heideveld aangekomen en de zon schijnt vol op zijn gezicht. Hij geniet van de warmte op zijn huid. Daar is het volgende heuveltje alweer. Hij heeft nog nooit zoveel heuveltjes op het heideveld waargenomen en krijgt er lol in: ‘Alsof ik door een heel nieuw landschap loop’!
Dan zegt ie; ‘Nu verandert de angst in liefde’. ‘Liefde voor wat?’ vraag ik. ‘Nou, eigenlijk liefde voor alles; voor jou, de heuvels, de zon. Een beetje verbazingwekkend’. Even is hij stil. Dan: ‘Dit verwachtte ik helemaal niet.’
We constateren samen, dat als je je kan overgeven aan de angst die het ‘niet weten’ oproept, deze kan transformeren in liefde.
Deze blog wordt geschreven door Petulia van Tiggelen. Samen met haar partner Michael Hulst begeleidt zij mensen met aanhoudende (pijn)klachten, relatieproblemen en zingevingsvraagstukken. Daarnaast ontwikkelden zij het opleidingstraject Scholing in Bewust Creëren. Voor meer informatie zie de website The Present.nu