Innerlijk Conflict

Innerlijk conflict

Petulia: Ik heb al een paar dagen last van een onrustig gevoel. Misschien is het sluimerend al weken aanwezig. Vandaag komt het helder aan de oppervlakte. Ik word rond half zes wakker en ben in paniek. Hoe moet het verder met mijn werk, nu er niet direct projecten zijn? Hoe moet het verder met geld? Waarom promoot ik de projecten die ik uitvoer zo slecht? Wat heb ik anderen te bieden als ik zelf zo instabiel ben? Waarom komt die film niet van de grond? Waarom duurt het allemaal zo lang? Er moet van alles en ik doe niks (of veel te weinig vind ik zelf).

Voel druk op mijn borstkas, hartkloppingen, paniek! Slapen gaat niet meer. Ik verlam, ‘bevries.’ Weet dat ik dit gevoel niet moet voeden met ‘het verhaal’, oftewel er niet over na moet gaan denken, maar het lukt niet! De gedachten blijven maar komen….

Nu wordt Michael ook wakker. Ook dat nog… ben bang hem mee te nemen in mijn ‘afglijden’. Want zo voelt het, als afglijden naar de goot: Ik kan het allemaal niet, ik heb niemand iets te bieden, ik kan maar beter direct in de goot gaan liggen. Tegelijkertijd ben ik er ontzettend bang voor dat dit daadwerkelijk zal gebeuren, want hoe moet het dan met mijn kind en mijn relatie?!

Ik voel mij een jankende, nutteloze, zeur en zeg dit tegen Michael. Hij zegt: ‘je bent een nutteloze, jankende, zeur. Ga het maar zijn, je bent het ook.’ Ja inderdaad ik ben dit! Ik kan het voelen in mijn lijf. Ik voel hoe ik ineenkrimp, mijn borstkas naar binnen trekt. Michael maakt de zin nog ‘mooier’: ‘je bent een angstige, nutteloze, jankende, perfectionistische, zeur. Ga die goot maar in, laat het maar gebeuren.’ Hij blijft de mantra van jankende, zeur herhalen. Nu word ik er kriegel van, boos, wil hem slaan, zeggen dat ik dit niet ben (en dus ten diepste geloof van wel, anders zou ik er niet boos van worden…). Ik voel mij verdrietig, wanhopig… Wil van dit vreselijk, pijnlijke gevoel af.

‘Zie je wel’, denk ik, ‘ik ben niet geschikt voor deze projectmatige manier van werken. Ik kan dit niet. Ben hier niet zakelijk genoeg voor. En als ik zo verlam voel ik al helemaal niet meer welke richting ik op moet!’

Dan maakt mijn verstand een slimme move. Ik denk; ‘maar er zijn maar weinig mensen die geschikt zijn voor deze manier van werken. Iedereen heeft houvast en regelmaat nodig, toch? Ik heb gewoon een vaste baan en een vast inkomen nodig. Dat is toch niet zo vreemd?!’ ‘Een jankende, zeur ben je, ga maar in die goot liggen’, hoor ik naast me.

Dan begin ik er genoeg van te krijgen. Er ontstaan barstjes in het verhaal, het gevoel omvat mij niet meer totaal. ‘Nu ja’, denk ik, ‘dat ben ik dus; een jankende, zeur. Dan kan ik nu wel weer gewoon aan de slag. Het gevecht tegen de angst dat ik dit werkelijk ben -ik ben het gewoon, punt- stopt. Ik word rustiger. Voel meer lucht in mijn borstkas en krijg slaap….

Terwijl ik half wegzak zie ik aan de rand van mijn ooghoeken een beeld verschijnen. Het is een donkere ketting met grote, ronde bruine kralen. Ik vertel het aan Michael. Hij vraagt mij de ketting door te knippen. Ik doe dit. De kralen vallen op de grond en zakken daarin weg. Nu heb ik alleen nog maar het slappe touwtje van de ketting in mijn handen. ‘Verbrand dat maar’, zegt Michael. Hij altijd met zijn verbranden! Toch doe ik het. Ik ben los.

Voel mij zeer rustig nu, bijna sereen. Val voor een uurtje terug in slaap.

Later realiseer ik mij dat de ketting staat voor de keten van mijn verstand. Ik was geketend door mijn denken, mijn ego. Michael: ‘Het is onintelligent om deze wankele, labiele, persoonlijkheid aan ‘het stuur’ te laten zitten. Deze is niet geschikt om te sturen. Geef het die ruimte niet. Erken dat de angsten er zijn en ga er niet in mee.’

Natuurlijk, zeker, ik ben het helemaal met hem eens! Je laat een melodramatische, jankende, zeurende, zich nutteloos voelende, persoonlijkheid niet sturen, daar krijg je ongelukken van, dat snapt iedereen! En toch gebeurt het soms. Het lijkt wel of deze persoonlijkheid het stuur dan gewoon pakt. En krijg het dan maar weer eens terug! Het is simpel gezegd, ‘geef het die ruimte niet’, maar minder makkelijk gedaan.

De dag die volgt op de nacht verloopt goed. Ik doe gewoon de dingen die ik moet doen. Toch zal in de dagen die erop volgen, de angst en paniek nog een paar keer terugkomen. Steeds opnieuw probeer ik te voelen wat dit doet in mijn lijf. Steeds opnieuw en opnieuw probeer ik bij de angst te blijven, zonder mij er geheel door te laten meesleuren. Vandaag, zeven dagen later, voel ik mij krachtig en vol energie. Aan mijn omstandigheden is niets verandert, het doet er echter niet meer zoveel toe. We zien wel!

Petulia.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *